Blera verlaat ik met tegenzin. Weer zo’n mooi sfeervol plaatsje waar zoveel te zien is – en dat loop ik weer uit zonder er echt geweest te zijn. Slapen, eten, biertje gisteravond (in een bar waar ze alles vol tapas hadden staan, hmm) en ontbijt in de bar – dat doe ik overal. Blera is meer waard.
Ik krijg weer snel een lift terug naar de plek waar ik gisteren gestopt ben met lopen. Vandaar over een kronkelende asfaltweg door mooie herfstbossen naar Civitella Cesi. Heel weinig verkeer, bijna niemand hoeft naar Civitella Cesi. Er lijken alleen oude mensen te wonen, en katten en honden. De vrouwen dragen er nog donkere kousen en blauwachtige schorten met bloemetjesmotief. Uit de schoorstenen komt de rook van houtkachels.
Nu wil ik naar het oosten, naar het meer van Bracciano. Volgens mijn kaart loopt daar een weg heen. Voor de zekerheid vraag ik het aan een boerenzoon. Ja, die weg bestaat… maar hij is niet zo makkelijk te vinden en bovendien nu eigenlijk afgesloten vanwege de jacht op de wilde zwijnen, de cinghiale. OK; dan maar naar Rota, nog wat verder naar het zuiden. De weg daarheen blijkt een strada bianca te zijn waar ik anderhalf uur lang vrijwel niemand tegenkom; bij de schaarse huizen lopen de honden los maar die waken alleen, ze doen niets. Een complete schaapskudde staat me roerloos aan te staren, prachtige foto zou dat zijn maar ik durf niet teveel aandacht voor de schapen te tonen want twee grote witte honden lopen zeer nadrukkelijk met me mee tot ik ver genoeg weg ben.
Bij Rota kom ik op een grotere weg die recht naar het oosten loopt, naar het meer. Nog niet zo druk maar zeker ook geen wandelweg.
Links en rechts wel prachtige bossen, vooral als ik het natuurreservaat Monterano nader. Het is de hele dag heerlijk weer geweest, ik heb in het hemd met korte mouwen kunnen lopen. Als de zon lager staat en soms al achter een heuvel verdwijnt, wordt het meteen frisser. Om kwart voor vijf, als ik 23 km gelopen heb en het begint te schemeren, ben ik nog ruim een uur van Canale Monterano. Dat stuk ga ik over deze weg in het donker niet lopen: ik lift erheen en zal morgen weer op deze plek beginnen te lopen. Via een bar kom ik bij een slager terecht die een B&B heeft. Vlakbij eet ik een enorme pizza.
Ik lees dat het oude Monterano in het natuurreservaat ligt; het was oorspronkelijk Etruskisch, is in de Romeinse tijd niet bewoond maar in de middeleeuwen weer wel, er kwam een burcht en later een hertogelijk paleis en een klooster, beide ontworpen door Bernini. Na een grondige plundering door de Fransen in 1799 is het weer verlaten. Nu zijn het allemaal ruïnes; dat moet prachtig zijn, ze liggen in het reservaat en zijn omringd door Etruskische graven. Heel mooi – voor een andere keer. Soms heb ik echt de pest aan dat lopen. Altijd maar verder.



