Plotseling en onverwacht is het ander weer, het weer dat we in Nederland “druilerig” noemen. Zoveel woorden als de Eskimo’s hebben voor soorten sneeuw, zoveel hebben de Nederlanders er volgens mij ook wel voor soorten regen. De slager vraagt of ik de worsten en broodjes op de keukentafel gevonden heb, die waren voor het ontbijt. Ja zeker, maar ik heb ze meegenomen voor de lunch onderweg. O… heb ik ze dan gebakken? Dat blijkt de bedoeling te zijn. Voor de vorm vraag ik of je ze ook zo kunt eten; nou ja, ‘t kan… Ik geef ze wel ergens aan de honden.
De lokale agent wordt er door de slager op uit gestuurd om voor mij te gaan kijken wanneer er een bus vertrekt die langs mijn “liftplek” komt. Hij doet het (de bus vertrekt pas over drie uur) maar voelt zich blijkbaar toch een beetje in zijn gezag aangetast want even later loopt hij verwoed op zijn fluitje te blazen omdat een dame haar auto te dicht op de hoek parkeert. Ik ga maar weer liften naar de plek waar ik dat gisteren ook ben gaan doen. De man die me meeneemt komt uit Tivoli en vindt het leuk dat ik de Villa Hadriana ken.
Vervolgens loop ik de weg die ik intussen al twee keer vanuit een auto gezien heb. Niet leuk lopen, die verkeerswegen, maar ik weet geen alternatief.
“Rome 49″, zie ik op een bord. Zo dichtbij! In Manziana vraag ik nog eens of er geen pad naar het meer is, dan kan ik zo naar Bracciano lopen. De vrouw die ik het vraag beweert stellig van niet. Trouwens, waarom wil ik naar Rome LOPEN? Ik kan toch ook de “Pullman” nemen? (Zo heb ik hier de bus al vaker horen aanduiden)
De rommel en de reclameborden langs de weg nemen toe. Bracciano heeft twee internetpoints, waarvan eentje met een redelijk snelle verbinding (bij de andere verslikt de computer zich al in de eerste foto). Ik neem een kamer in het enige hotel in de stad zelf; de rest ligt aan het meer en is nu vermoedelijk gesloten. Om te eten loop ik zo maar ergens binnen; er zit helemaal niemand, zie ik pas als ik binnen ben. Wat doet de man die mij bedient raar! Is hij onnozel of denkt hij dat ik dat ben? Dan snap ik het: hij behandelt me als een Toerist! De eerste van de maand november, misschien. Zijn familie eet zelf afhaalpizza. Ze schrikken als ik ze bij mijn vertrek in het Italiaans nog een prettige avond wens. Het regent intussen weer hard. Boven Bracciano uit torent een enorm, fel verlicht kasteel. Het lijkt Disneyland wel. Nee, hier kom ik niet terug.



