Van 26 april tot 2 mei 2008 heb ik de Via degli Dei voor de tweede keer gelopen, deze keer met Rienke. Wat me voor toekomstige lopers handig lijkt om te weten, zet ik bij elkaar in het volgende overzicht. Ik hanteer de indeling in etappes die ik het meest voor de hand vind liggen; dat zijn er zes (sommige boekjes hebben het over vier etappes maar dan moet je wel érg lange dagen maken). De etappe van Bologna naar Sasso Marconi reken ik niet mee; die heb ik niet gelopen en hij wordt ook maar in één boekje (Outdoor Handbuch 92 van Conrad Stein Verlag) beschreven.
Wat de boekjes betreft: de meest uitgebreide routebeschrijvingen staan in dat Duitse boekje maar ik heb zelf ervaren dat je door al die beschreven details juist eerder een vergissing maakt. Bovendien is er geen voldoende recente versie van dat boekje. In het Italiaanse boekje La Via degli Dei a piedi e in bici (van Tamari Montagna Edizioni, www.tamari.it, september 2007) staan summiere beschrijvingen maar achterin goede overdrukken van topokaarten (1:50.000, dat wel) met de route en de varianten erop ingetekend. Ook actuele telefoonnummers van hotels e.d.! De versie uit 2004 van dat boekje is dunner en heeft een geheel getekende kaart als bijlage; daar heb ik me in 2007 nog goed mee kunnen redden maar intussen is er al weer een en ander veranderd.
1: SASSO MARCONI – MONZUNO
Algemeen: een lange etappe met drie mooie bergen (Monte Marco, Rocca di Badolo en Monte Adone) die nogal wat tijd vergen en tenslotte aan het eind van de dag een kilometer of zes over een vervelende verkeersweg. Om voor 18.00 uur in Monzuno te zijn moet je vroeg op pad gaan. Lukt dat niet zo dan zijn er verkortingen mogelijk. De Rocca di Badolo kan makkelijk omzeild worden door op de Monte Mario het mountainbikepad nr. 122 te nemen; als je voor tien uur ’s morgens niet over de Monte Mario bent, is deze verkorting aan te bevelen anders ben je wel erg laat in Monzuno. De Monte Adone kan in geval van nood ook overgeslagen worden maar dat is dan wel heel jammer want die top is uniek.
Routedetails: Bij het verlaten van Sasso is het even zoeken: na de hoge brug over de Reno moet je linksaf door een poort waar op staat dat dat niet mag. Je moet er toch door om op het bruggetje over de autoweg te komen. Daarna begint een steile klim waarbij je je vaak omhoog moet trekken aan het gaas van de afrastering, zeker als de bodem nat is, anders glij je gewoon weer terug naar je vorige stap. Over de kam lopen veel paden; een kaart waar ze allemaal op staan (tot en met Brento) is te krijgen bij het Tourist Office van Sasso (“Info Sasso”). Van Brento (direct na de Monte Adone) naar Monzuno is het nog zo’n tweeënhalf uur lopen, grotendeels over asfalt. De weg is eerst rustig maar wordt halverwege veel drukker. De route verlaat die weg wel een paar keer voor een pad maar komt telkens al snel weer terug op het asfalt. Lastig lopen, vooral als je intussen moe bent en het al laat op de dag is (vorig jaar liep ik hier in het donker, deze keer gelukkig niet). In Monzuno is één hotel met restaurant, de Albergo Montevenere (tel. 0516770548); goed en niet duur, heerlijk na zo’n dag.
2: MONZUNO – MADONNA DEI FORNELLI
Mooi, makkelijk en kort; goed gemarkeerd ook. Als je Monzuno uit loopt, draai je bij het sportveld in ZW richting de Monte Venere op. Op de beboste hellingen hoef je maar naar de dikke zendmast in de verte te blijven lopen, die geregeld te zien is. Het pad heeft nummer 19; de tweede helft van de etappe is het een verharde weg (maar nauwelijks asfalt) over een kam. Mooie uitzichten. In Madonna dei Fornelli kan ik hotel Musolesi aanbevelen (tel. 0534-94156). Als het restaurant van dat hotel dicht is, kun je ook heel goed eten in de pizzeria tegenover (meer dan pizza!) Er zou in MdF ook nog een B&B moeten zijn, Romani geheten, tel 0534-94113; daar weet ik verder niets van.
3: MADONNA DEI FORNELLI – TRAVERSA OF MONTE DI FO
Algemeen: Mooie en redelijk probleemloze etappe maar als je doorloopt tot Monte di Fo is het wel een behoorlijk lange. Bovendien moet je in dat geval de volgende dag eerst weer terug naar de Passo della Futa (halverwege Traversa en Monte di Fo); dat kan ook liftend of met de bus, over de SS65. Overnachten en vooral ook eten in de Albergo Il Sergente (Monte di Fo; tel. 055-8423053) beveel ik wel meer aan dan in Traversa! In Traversa heb je alleen Albergo Berti (ook wel Hotel Jolanda geheten); de prijs-kwaliteitverhouding daarvan is niet geweldig. Tel. 055-815265; in de boekjes staat soms een verkeerd nummer, er blijkt elders ook een Albergo Jolanda te zijn. Op de Futa-pas staat ook een Albergo (van de oud-wielrenner Vittorio Poletti) maar dat is geen hotel.
Routedetails: De etappe begint met een langgerekte klim naar de Pian di Balestra; dat hele pad is prachtig. Tussen de Pian di Balestra en Monte Bastione zit vervolgens een stuk asfalt (er staan daar wat villa’s) maar dat duurt niet lang. Dan wordt het eenzamer en landschappelijk nog mooier. Er zijn veel markeringen, soms gewoon téveel; CAI nr. 19 en het blauw-wit van de Via Flaminia zijn de tekens die je volgen moet. De twee gele stippen van de Via degli dei geven bij de Poggiaccio een omweg naar het westen aan, die kun je beter niet nemen want dieper het bos in verdwijnen de markeringen, ik ben er vorig jaar verdwaald.
Als je in Traversa overnacht, kun je al op de Poggio Castellucio een pad naar het W/ZW nemen (buigt naar Z/ZW) om snel in Traversa te komen. Blauw-wit blijven volgen kan ook maar dat pad voert even voor de SS65 door een stuk waar het bos gekapt is; daar doorheen lopen is lastig en aan de andere kant het pad terugvinden ook. Bovendien wordt het pad nog een keer onderbroken door een weg in aanleg, waarbij het opnieuw niet duidelijk is waar het aan de overkant verder loopt. Als je door wil lopen naar Monte di Fo (Albergo Il Sergente) is het vanaf de Poggio Castellucio nog wel een heel eind maar tot de Passo della Futa is het pad makkelijk te volgen. Na de Futa kun je over de verkeersweg (SS65) naar Monte di Fo of met een omweg door het bos.
4: TRAVERSA OF MONTE DI FO – SANT’ AGATA OF SAN PIERO A SIEVE
Algemeen: De boekjes en beschrijvingen van de Via degli Dei beschrijven deze etappe verschillend. Sommige maken van Traversa – Monte di Fo een aparte etappe maar dan moet je evengoed terug naar de Futa-pas om aan de klim naar de Monte Gazzaro te kunnen beginnen. Omdat de eerste helft van de etappe vrij lang kan duren, zeker bij slecht weer, is stoppen in Sant’ Agata aantrekkelijk maar daar is alleen een (prachtig) B&B dat je vooraf moet reserveren. Doorlopen naar San Piero duurt anderhalf tot twee uur; de weg is gemakkelijk, dat is zelfs te doen als je heel moe bent, maar overnachten in Sant’ Agata is zeer aan te bevelen!
Routedetails: Als je van Traversa naar de Passo della Futa loopt blijkt het pad niet goed gemarkeerd; even ten zuiden van Traversa verlaat je de SS65 bij de blauwwitte strepen van de Via Flaminia maar die markeringen worden al snel onderbroken door de weg in aanleg en de kaalslag die bij de vorige etappe al besproken zijn. Bij de kaalslag vond ik de Via degli Dei pas terug na een stuk in Z-O richting op het kompas door het bos.
Als je op de Futa eenmaal de SS65 achter je laat voor de klim naar de Monte Gazzaro (markering: GEA), begint zonder twijfel het mooiste stuk van de Via degli Dei. De klim naar de Monte Gazzaro is goed te doen; die top ligt slechts 225 meter hoger dan de Passo della Futa. Let op: vlak voor de top is er een splitsing, links gaat het naar de top met het kruis (en het niet te missen boek, het Libro di Vetta!); het rechterpad heeft de aanduiding “DIFF E”. E betekent “escursionistico” en dat is de makkelijker afdaling! Als je na de top het andere pad blijft volgen, word je verrast door een vrij pittige (wel mooie) afdaling die bij nat weer erg voorzichtig genomen moet worden! Als je die afdaling eenmaal gehad hebt, wordt het pad gemakkelijk en schiet het goed op, grotendeels dalend.
Overnachten in Sant’ Agata betekent dat je vooraf het B&B gereserveerd moet hebben: Villa Sorripa, tel. 055-8406785. Een eeuwenoude villa met een erg mooie tuin, heel rustig gelegen. Signora Vannini kookt voor je als je dat wil, ook vooraf afspreken. De ambiance is zeer de moeite waard. Als je doorloopt naar San Piero a Sieve zijn er meer overnachtingsmogelijkheden: Albergo La Felicina (tel. 055-8498181), waar je niet kunt eten maar dat geeft niets want er is veel horeca in San Piero; verder B&B La Pieve (tel. 055-8487182), aanbevolen, ligt midden in het stadje tegenover de kerk en toch rustig, het gastenverblijf bevindt zich aan de achterkant; goede voorzieningen, alles is nieuw en toch heel prettig. Er is ook nog het hotel Ebe (tel. 055-8406750) maar dat is duurder en ligt aan een drukke weg.
5: SANT’ AGATA OF SAN PIERO A SIEVE - BIVIGLIANO OF OLMO
Algemeen: Weer een mooie etappe en wat makkelijker dan de vorige, zeker als je in San Piero begint. Wij hebben overigens van Sant’ Agata – San Piero een aparte etappe gemaakt; dat betekent dat je in San Piero een soort rustdag hebt omdat je daar al vroeg kunt zijn. Als einddoel van de dag zijn er diverse mogelijkheden. Het klooster van Monte Senario ligt erg mooi maar heeft voor pelgrims/wandelaars geen voorzieningen; wij konden er niet eens koffie krijgen, dat was wel een uitzondering, begrepen we. Verder kun je de berg af naar Bivigliano; daar is van alles maar het moet vooraf gereserveerd worden, dit is al toeristengebied (tien kilometer van Fiesole!). De Albergo Gli Scoiattoli, die nog in sommige boekjes genoemd wordt, is al een tijdje gesloten!! Er groeien struiken voor de voordeur. Jammer, was mooi gelegen. Albergo Ristorante La Bruna ligt aan het begin van het dorp Bivigliano als je van Monte Senario komt; niet duur maar niet altijd geopend, moet in elk geval gereserveerd worden, tel. 055-406613. Dan heb je het B&B Cortevecchia; ook vooraf reserveren, tel. 055-406743 (ik geloof dat dit het B&B is waar ik vorig jaar tevergeefs aangeklopt heb en waar een gevaarlijke hond die niet naar zijn baas luisterde elk gesprek onmogelijk maakte). Voor wie niet zo op de centen hoeft te letten, is er ook nog Hotel Giotto (tel. 055-406608). Een paar kilometer ten zuiden van Bivigliano moet ook een camping liggen; tel. 055-406725, ik weet niet welke maanden die geopend is. Tenslotte: hotel Il Dino in Olmo. Prachtig uitzicht richting Fiesole/Firenze, kamers duurder dan in de hotels tot nu toe, restaurant goed en niet duur; tel. 055-548932. Rondom Olmo is er overigens nog wel meer aan toeristenhotelletjes maar die ken ik niet.
Routedetails: Bij het vertrek ’s morgens vanuit San Piero a Sieve kun je kiezen uit twee routes. De eerste is de oude route die nog op veel Via degli Dei-kaartjes staat, door het bos stijgend van 210 naar 542 meter, heel mooi. De tweede maakt een omweg over het westen; deze route is nieuw, ik ken hem niet. Het is in elk geval ook de mountainbikeroute en die zal dus wel goed gemarkeerd zijn. Het probleem met de eerste route is nl. dat er geen markeringen (meer) zijn! Niettemin is hij heel goed te lopen met kaart en kompas (van deze toeristenstreek zijn weer volop wandelkaarten te krijgen). In het bos moet je na een tijd het pad blijven volgen waar aan de linkerkant voortdurend borden staan met “Azienda Faunistico Valdastra”. Als het pad met die borden naar het oosten buigt, moet je rechts het hoofdpad in zuidelijke richting blijven volgen. Uiteindelijk duiken er weer markeringen op: de twee gele stippen van de Via degli Dei en de aanduiding BO/FI, dat is de mountainbikeroute.
Dan ben je al snel bij de mooie abdijruïne Badia Buonsolazzo. Het was al een tijdje klimmen en dat blijft zo tot Monte Senario, maar nergens steil. Markeringen blijven nu prima. Als je doorloopt naar Olmo moet je vanaf het klooster van Monte Senario een kilometer pal naar het zuiden over asfalt (er is wel een gemarkeerd pad dat ten oosten hiervan loopt maar daarmee vermijd je alleen een klein stukje asfalt en loop je bovendien het risico af te dwalen naar het oosten); na die kilometer kun je linksaf richting Vetta Le Croci, over een prachtig pad met schitterende vergezichten, onder andere richting Fiesole.
6: BIVIGLIANO OF OLMO - FIESOLE
Vanaf Vetta Le Croci eerst recht naar het zuiden en dan zuidwest; tot de Poggio Il Pratone over mooie bospaden en nog redelijk klimmend, tot 700 meter. De uitzichten blijven verrukkelijk. De markeringen zijn weer overvloedig. Op de Pratone recht naar het zuiden blijven lopen, het communicatiegebouwtje aan de rechterkant passeren. Na de afdaling kom je op asfalt en daar blijf je op tot in Fiesole; wel is er bij Gargiolli de mogelijkheid om die weg te verlaten en recht naar het zuiden te lopen richting Poggio Al Vento / Settignano, je komt dan vlakbij Firenze uit, in de noordoosthoek van de stad! Dat is echter nog wel anderhalf tot twee uur lopen en het is natuurlijk de vraag of je in die overvolle toeristenstad aan wil komen of lekker in het rustige Fiesole, vanwaar bus 7 je een paar keer per uur in twintig minuten tot midden in Firenze brengt (en ook snel weer terug als het je teveel wordt)… nou, ik weet het wel!
(7) Voor wie ook Fiesole – Firenze nog lopen wil: in het Duitse boekje van Conrad Stein Verlag staat die route beschreven. Je volgt dan nog een paar uur het CAI-pad nr. 1 (uitzichten…) en loopt de stad binnen over de Viale Augusto Righi die verderop Viale Alessandro Volta heet. Vorig jaar heb ik Fiesole – Firenze gelopen over een heel korte weg met evengoed mooi uitzicht… maar wel alles asfalt, je verlaat Fiesole dan vanaf de Piazza Mino over de Via Vecchia Fiesolana in zuidwestelijke richting. Dalend langs mooie villa’s waar je wel zou willen wonen als iemand het voor je zou willen betalen, kom je dan bij het klooster van San Domenico weer op de grote weg. Daar kun je langs blijven lopen of alsnog de bus pakken (vooraf kaartje kopen bij een Tabacchi) want die komt daar ook langs.




Hallo Joos,
het kostte even wat moeite om de plek te vinden om te reageren, maar dat is me dus nu gelukt. Bedankt voor al je leuke reacties. Na vanmorgen moesten we nog even terug (vanmorgen was er bij het versturen van een grote mail iets misgegaan) en zagen dat je alweer had gereageerd.
Achteraf dus een groot geluk dat er geen plek in de jeugdherberg1 Het ligt inderdaad wel erg dicht tegen station en wegen aan. Het voordeel voor ons op een tweepersoonskamer is wel dat we nooit last hebben van kamergenoten, want dat lijkt me inderdaad een ellende!
Je berichten over de Via degli Dei zullen we binnenkort iets uitgebreider bekijken. Dergelijke dingen houden ons (vooral mij,want Bert is meer een planner) meestal pas echt bezig als we er dichtbij zijn….
Groetjes vanuit inmiddels zonnig Trento!
Helma Bode