Aan iedereen die op dit blog terecht komt en dit jaar over de Reschenpas naar Rome wil lopen: je kunt eraan bijdragen dat iedereen met meer plezier door de Povlakte loopt. Stuur mij gedetailleerde informatie over je route (tips, problemen) en de overnachtingsmogelijkheden die je ontdekt. Ik ben speciaal geïnteresseerd in onverharde wegen en paden. Alle bruikbare info zal ik hier publiceren en tevens doorsturen naar www.pelgrimswegen.nl, dé Nederlandse website voor iedereen die naar Rome loopt of fietst.
Auteursarchief: Joos
Hoe verder na de Reschenpas?
Bijna elke loper die over de Reschenpas Italië in komt wil zo snel mogelijk naar de Via degli Dei (het mooie traject tussen Bologna en Florence). Tot Rovereto is het simpel: gewoon verder gaan langs de oever van de Adige, ofwel de Via Claudia Augusta blijven volgen. Een na verloop van tijd wat saai fietspad. Maar na Rovereto?
Dat hangt ervan af hoe je de Povlakte wil doorkruisen. Vanaf Rovereto zijn er in wezen twee routes mogelijk, een oostelijke en een westelijke. Beide hebben ze varianten. Ik zal ze hierna kort bespreken maar eerst wil ik iets over dit bijzondere deel van Italië zeggen. Het landschap is rustig en weids, niet “pittoresk” of geschikt voor glossy reisfolders maar wel authentiek. De mensen zien je niet in de eerste plaats als toerist want die komen daar niet veel (mooie steden als Ferrara, Mantova en Modena uitgezonderd maar ook daar valt het mee). Vooral in de dorpen laten de mensen je zó gemakkelijk delen in de oer-Italiaanse manier van leven die daar vanzelfsprekend is. Er zijn fantastische agriturismi om te slapen en te eten. Je bent, kortom, na die vele, vele weken in Duitstalig gebied (dat duurt bijna tot Trento!) in één klap midden in het echte Italië. En je wordt er meestal niet als toerist behandeld. Je zult ervan genieten en dat heb je ook nodig want dan ben je intussen een week of acht, negen onderweg.
Toch hebben nogal wat Romelopers geen goede ervaringen met de Povlakte en pleiten sommigen er zelfs voor die maar over te slaan. Dat komt vooral doordat ze er in de heetste maanden van het jaar gelopen hebben. Dan kan het asfalt moordend zijn. Er bestaat namelijk geen “wandelroute” door de Povlakte, met onverharde of halfverharde paden. Je loopt er bijna voortdurend over geasfalteerde fietspaden of wegen. Wat wel mogelijk is: drukkere verkeerswegen zoveel mogelijk mijden. Maar de Povlakte is ook niet over uitsluitend stille verbindingswegen van dorp naar dorp te “nemen”. Je ontkomt er echt niet aan soms een tijdje langs een drukke verkeersweg te lopen. Een hulpmiddel om dit tot een minimum te beperken is de Italiaanse website www.piste-ciclabili.com . Daar is een groot aantal fietsroutes ingetekend op Google maps. Inzoomen maakt in veel gevallen duidelijk of de fietsroute een verkeersweg of een rustige weg volgt, of soms zelfs een pad.
Nu de twee mogelijke routes en hun varianten. De oostelijke route is in principe het traject Rovereto-Bologna van Reitsma’s fietsroute. Deze route gaat over Montagnana en Ferrara. Er is een variant die de Adige blijft volgen tot Badia Polesine en daarna recht naar het zuiden gaat, waarbij de Po een kilometer of 20 ten westen van Ferrara overgestoken wordt. Dit is de route van Kees Roodenburg. In deze variant zitten meer kleine, rustige wegen dan in de fietsroute van Reitsma. Ook is er een variant van Bert en Helma Bode, die zij zelf uitgezet en gelopen hebben. Hun route volgt een min of meer rechte lijn van Verona naar Bologna en is korter dan de vorige twee routes. De Bodes liepen hem in zeven dagetappes. Klinkt aantrekkelijk maar zelf willen zij deze route niet aanbevelen: sommige etappes gaan over aardige plattelandswegen, een korte etappe grotendeels over onverharde paden, maar vaak liepen zij toch over drukke wegen, een etappe zelfs langs de provinciale weg SS12.
De westelijke route loopt over Peschiera del Garda, Mantova en Modena. Tussen Rovereto en Peschiera zijn verschillende varianten mogelijk. Je zou zelfs Reitsma kunnen blijven volgen tot Verona en dan naar Peschiera lopen, maar dan loop je speciaal voor Verona wel een heel eind om. Eenmaal in Peschiera, volg je tot Mantova een goed gemarkeerde fietsroute langs de rivier de Mincio. Je steekt de Po over bij San Benedetto Po. Van daar tot Modena kan ook gedeeltelijk nog langs een rivier gelopen worden, de Secchia. Na Modena is het mogelijk om het hele stedelijk gebied rond Bologna links te laten liggen en rechtstreeks naar Sasso Marconi te lopen, gedeeltelijk door het regionale natuurpark Abazzia di Monteveglio. In Sasso begin je dan aan de Via degli Dei.
De westelijke route lijkt korter dan de oostelijke, maar dat is schijn. Bij nameten op de kaart ontlopen ze elkaar weinig (afgezien van de ‘route van Bode’, zie verderop). Ook op basis van ervaringen van lopers is geen duidelijke voorkeur aan te geven: zowel bij de oostelijke als de westelijke route zijn de negatieve punten vooral de grote hoeveelheid asfalt en de soms onvermijdelijke stukken drukke verkeersweg. De positieve punten heb ik boven genoemd; of ze opwegen tegen de negatieve, moet iedere loper voor zichzelf uitmaken.
Het kaartmateriaal dat er van de Povlakte bestaat is zoals bekend erg gebrekkig. Tot de hoogte van Peschiera della Garda – Verona kun je nog gebruik maken van de uitstekende Kompass-kaarten met ingetekende trekking- en mountainbikeroutes(1:50.000) en zelfs van prachtige 1:25.000 kaarten (serie ‘Wanderkarte und Mountainbike’ van Lagir Alpina). Van het gebied ten zuiden van Gardameer – Verona bestaan die detailkaarten niet. Op de Carte stradale van Lombardia en Emilia-Romagna (1:200.000) staat heel veel maar op die kaarten kun je natuurlijk niet lopen. Iets beter zijn de kaarten uit de serie ‘Carta stradale delle provincie’ (1:100.000) maar die zijn heel verschillend van kwaliteit. Verona Provincia is slecht, Modena Provincia en Bologna Provincia zijn beter. Meer gedetailleerde kaarten zijn (nog) niet beschikbaar. Maar Google maps, vooral in combinatie met de fietskaarten op de website www.piste-ciclabili.com , levert goede detailbeelden op. Op www.openstreetmap.org staan minstens zo goede detailkaarten als Google biedt en bovendien zijn op openstreetmap vaak ook onverharde paden goed ingetekend. Het beruchte kaartenprobleem van de Povlakte kan hiermee redelijk succesvol bestreden worden.
De oostelijke routes
1 Route Reitsma
Mogelijke etappes: Verona – Ronco all’Adige 33 km; Ronco – Montagnana 27; Montagnana – Ledinara 33; Ledinara – Santa Maria Maddalena 36; Santa Maria M – Sant’Egidio 26; Sant’Egidio – Budrio 30; Budrio – Bologna 22.
Kwaliteit van de route: veel asfalt en lang niet altijd rustige wegen. Ik citeer André Mom, die deze route gelopen heeft: “De route door de Povlakte was een ramp. Er zijn geen voetpaden dus je loopt in de hitte (tenminste ‘s zomers) zonder schaduw op gloeiend heet asfalt. Dat is niet te doen, zeker omdat het acht dagen lopen is vanaf Verona. Wel bijzonder zijn de mooie plaatsen langs de route: Verona (de opera!), Montagnana, Ferrara.”
Overnachtingsmogelijkheden: voldoende, zie het boekje van Reitsma.
2 Route Roodenburg
Route: Verona – Badia Polesine over dijken langs de Adige, ongeveer 60 km in twee of drie dagen; Badia Polesine – Stellata di Bondeno (= brug over de Po tussen Ficarolo en Bondeno) 20 km; over Bondeno en Sant’Agostino naar de rivier de Reno (21 km vanaf Stellata) en die volgen tot Cento of Pieve di Cento; zoveel mogelijk de Reno blijven volgen tot Bologna (21 km vanaf Cento). Dit lijkt in zes of zeven dagetappes te kunnen. De totale loopafstand Verona – Bologna is volgens Kees Roodenburg over deze route 136 km.
Kwaliteit van de route: deze route is beslist korter dan de vorige variant en de wegen zijn rustiger. Langs de Adige kan minimaal over 42 km een pad langs de rivier gevolgd worden, van Zevio tot Badia Polésine. Langs de Reno kan dat van Sant’Agostino tot Cento, dat is ook nog eens 10 km. Daarna zijn er nog rustige wegen waarlangs de Reno gevolgd kan worden tot de autostrada bij Bologna.
Overnachtingsmogelijkheden: Overnachten kan op goede dagelijkse loopafstanden in diverse dorpen en stadjes.
3 Route Bode
Mogelijke etappes: 1 Verona – Isola della Scala24 km; 2 Isola della Scala – Ponte Molino (iets voor Ostiglia) 32 km; 3 Ponte Molino – Poggio Rusco 18 km; 4 Poggio Rusco – San Felice sul Panaro 28 km; 5 San Felice – Crevalcore 19 km; 6 Crevalcore – Tavarnelle 26 km; 7 Tavarnella – Bologna 13 km.
Kwaliteit van de route: wisselend. Volgens Bode is etappe 1 aardig, eerste helft verharde plattelandswegen en tweede helft zelfs onverharde paden. Etappe 2 idem maar veel omlopen vanwege afgesloten terrein en spoorlijn; dit omlopen lijkt wel met behulp van beter kaartmateriaal, bijvoorbeeld openstreetmap, deels te voorkomen maar de oversteek van het Canal Bianco blijft problematisch (hekwerk, honden). Etappe 3 grotendeels langs de drukke provinciale weg SS12; ook hier kan beter kaartmateriaal enig soelaas bieden maar aan de SS12 is niet helemaal te ontkomen. Etappe 4 is weer beter, meer kleine wegen; etappe 5 nog wat rustiger wegen (en leuke dorpjes); etappe 6 zowel kleinere als drukke wegen; laatste etappe niet leuk, drukke wegen rond Bologna.
Overnachtingsmogelijkheden: na etappe 1 is er een betaalbaar hotel even buiten Isola; na etappe 2 slapen in Ostiglia; na etappe 3 in Poggio Rusco, de aardige maar nogal dure Albergo Savoia; na etappe 4 in San Felice een duur en een “normaal” hotel; na etappe 5 in Crevalcore een betaalbaar hotel (midden in het leuke dorp). Na etappe 6 kun je al gemakkelijk met de bus naar Bologna om te overnachten.
De westelijke route
Etappes: het traject van Rovereto tot Peschiera della Garda is in drie dagen te lopen. Het is ook mogelijk om in Torbole, aan de noordpunt van het Gardameer, de boot te nemen naar Peschiera. Een prachtige en erg goedkope bootreis. Puur genieten. Peschiera – Mantova is twee dagen (50 km), met overnachting in Pozzolo. Mantova – Modena duurt normaal gesproken drie dagen: ongeveer 80 km. Modena – Sasso Marconi twee dagen (ruim 50 km). Bij elkaar (als je niet de boot neemt) tien dagen; maar dan ben je dus al in Sasso Marconi.
Kwaliteit van de route: tot Torbole grotendeels een fietspad dat gescheiden is van de verkeersweg. Dan ófwel de boot ófwel langs de oostoever van het Gardameer naar het zuiden over kleinere wegen die gemakkelijk te vinden zijn op de uitstekende Kompass-kaart 102, Lago di Garda – Monte Baldo (1:50.000). Van Peschiera tot Mantova volg je exact een goed aangegeven stille fietsroute over dijken langs de rivier de Mincio. Na Mantova kan tot de brug over de Po nog voor een groot deel langs de Mincio gelopen worden en verderop langs de Po zelf, onverhard. Van de brug over de Po tot San Benedetto Po is het lopen langs een drukke rotweg, de SS413. Na San Benedetto ook nog even over die weg maar dan kun je weer over dijken lopen, nu langs de Fiume Secchia. www.openstreetmap.org laat zien hoe je het lopen langs de vreselijke SS-wegen tot een minimum kunt beperken. Dichter bij Modena is het moeilijk de rivier te blijven volgen maar er zijn ook kleine rustige wegen. Modena – Sasso tenslotte: er is een fietsroute langs de rivier de Panaro (de Percorso Natura Panaro) tot Savignano sul Panaro. Vandaar kun je doorsteken naar Sasso via het Parco Regionale dell’ Abbazia di Monteveglio ( fietspaden, wandelroutes en kleine wegen; zeer goede CAI-kaart beschikbaar). Al met al: ook hier asfalt maar ook relatief veel rust en er komt vrijwel nooit een toerist.
Overnachtingsmogelijkheden: redelijk veel keus. Hotels in alle plaatsen langs het Gardameer; agriturismo’s in en even buiten Pozzolo, halverwege Peschiera en Mantova; in Mantova en Modena zelf uiteraard ook veel overnachtingsmogelijkheden (hotels zijn wel duurder in de steden). Het traject Mantova – Modena is iets problematischer maar overnachten is mogelijk in bijvoorbeeld Bagnolo San Vito (prachtige agriturismo), San Benedetto Po en Moglia. In andere dorpen langs of niet ver van de route zijn soms ook hotels of pensions maar die zijn buiten het seizoen niet altijd geopend. Dat geldt ook voor het traject Modena – Sasso Marconi, waar je overigens ook heerlijke agriturismo’s kunt vinden, soms biologisch.
De Povlakte
Bij mijn “Pleidooi voor de Povlakte” moet ik iets aanvullen. Ik heb het traject Peschiera del Garda – Bologna gelopen in de tweede helft van oktober. Ik had heerlijk weer. Maar als je daar in juli of augustus loopt, is het meestal een braadpan. En ook in juni en september kan het al veel te heet zijn. Mijn enthousiasme voor de Povlakte zou ongetwijfeld stukken minder geweest zijn als ook ik daar in die omstandigheden had moeten lopen.
Dit is één van de redenen waarom ik er nog steeds voorstander van ben om in augustus in Nederland van start te gaan zodat je in november in Rome aankomt: je loopt (met een beetje geluk, het zal niet altijd kloppen) “met het mooie weer mee”!
Pleidooi voor de Povlakte
Voor veel Romelopers levert de Povlakte een probleem op. Ze denken vaak dat het een onaantrekkelijk deel van Italië is; bovendien zijn er geen gemarkeerde wandelroutes en is er geen gedetailleerd kaartmateriaal van beschikbaar. Voor sommigen is dat een reden om de Povlakte over te slaan. Ik denk dat ze daarmee zichzelf tekort doen en ik zal proberen duidelijk te maken waarom.
Toen ik in het najaar van 2007 de Povlakte doorkruiste tijdens mijn voettocht naar Rome, had ik van de Reschenpas (Resiapas)tot aan het Gardameer eerst de route gevolgd die vooral bekend is van “Reitsma’s fietsroute” en van de Via Claudia Augusta: grofweg Schluderns-Laas-Schlanders-Naturns-Merano-Kaltern (Bolzano)-Salurn-Trento-Rovereto, en daarna niet richting Verona maar rechtstreeks naar het Gardameer. Dat meer ben ik met de boot van noord naar zuid overgestoken, een geweldige ervaring, maar je kunt er ook goed omheen lopen: prima kaarten beschikbaar en goede wandelpaden.
Zo kwam ik in Peschiera del Garda. Ik wist al dat je vandaar heel goed naar Mantova kunt lopen (in twee dagen) en vandaar naar Modena (in twee of drie dagen). Je loopt dan het grootste deel van de tijd over dijken langs twee zijrivieren van de Po: de Fiume Mincio en de Fiume Secchia. Hoewel er geen detailkaarten van dat gebied zijn, is het geen probleem om de weg te vinden.
Van Modena moet je dan het begin van de Via degli Dei in Sasso Marconi (onder Bologna) zien te bereiken; over Bologna zelf lopen heeft geen zin, dan loop je een groot deel van de tijd door stedelijk gebied. Een goede wandelroute van Modena naar Sasso Marconi was voor mij in 2007 nog niet gemakkelijk te vinden; de meest gedetailleerde kaart was toen de kaart van de provincie Bologna en die is 1:100.000, niet zo geschikt om op te lopen dus. Intussen is er echter een heel bruikbare nieuwe website met alle wandelpaden in het zuidelijk deel van Emilia Romagna: http://sentieriweb.regione.emilia-romagna.it/sentieriweb_swm/ Inzoomen op een bepaald gebied toont verrassend gedetailleerde kaarten; het is voor het eerst dat ik die van deze regio zie!
Weliswaar zijn er geen dóórlopende wandelroutes van Modena naar Sasso maar als je de route volgt die van Modena naar het zuiden loopt, zie je dat je die route bij Savignano sul Panaro heel makkelijk kunt “vastknopen” aan een van de wandelroutes die oostelijk van Savignano beginnen en die je tot Sasso kunt volgen. Met behulp Google Maps (wissel daarbij satellietbeeld en kaartbeeld af, dat maakt het duidelijker) is het een fluitje. Op die manier ben je in een week van de uitlopers van de Alpen boven het Gardameer naar de Appennijnen onder Bologna gelopen! En in Sasso Marconi begin je dan aan een van de mooiere stukken van je voettocht, de Via degli Dei.
Het is natuurlijk een kwestie van voorkeur en persoonlijke smaak – maar ik vind achteraf de Povlakte een van de hoogtepunten van mijn voettocht naar Rome. Het landschap is rustig en weids, niet “pittoresk” of reisgids-achtig mooi maar wel authentiek. De mensen zien je niet in de eerste plaats als toerist want die komen daar niet veel (de steden Mantova en Modena uitgezonderd) en ze laten je zó gemakkelijk delen in de oer-Italiaanse manier van leven die daar vanzelfsprekend is. Er zijn fantastische agriturismi om te slapen en te eten. Mantova en Modena zijn allebei prachtige steden. Je bent, kortom, na die vele, vele weken in Duitstalig gebied (tot boven Trento!) in één klap midden in het echte Italië; daar zul je van genieten en dat heb je ook nodig want dan ben je intussen een week of acht, negen onderweg.
Onder het kopje ‘slapen en eten’ heb ik op dit weblog wat suggesties staan voor overnachten en eten. Wie meer wil weten, mag gerust contact met mij opnemen. Ik hoop dat met mij ook andere Romelopers gaan ontdekken dat die Povlakte héél erg de moeite waard is!
Boek?
Het boek over mijn voettocht naar Rome, dat ik lezers van dit weblog en vele anderen in het vooruitzicht gesteld heb, is nog steeds niet af maar ik werk er af en toe wel aan. Het verandert steeds meer van karakter; het is allang geen puur verslag meer. Zomer 2012 moet het er toch echt zijn.
Wat voor blog is dit?
Dit weblog is het verslag van een voetreis, begonnen op 13 augustus 2007 in Maastricht en voltooid met mijn aankomst in Rome op 2 december van dat jaar. Tijdens die 112 dagen heb ik elke gelegenheid die zich voordeed om op internet te komen gebruikt voor het uploaden van tekst en foto’s, zodat er een vrij gedetailleerd van-dag-tot-dag-verslag ontstaan is.
Voor de dagverslagen moet je naar de KALENDER, in het rechterframe. Met het “pijltje terug” (onderaan) kun je naar vorige maanden; augustus (vanaf de 13e), september, oktober en november (plus 1 en 2 december) bevatten de dagverslagen, klik op een dag!
Het onderdeel “Joos-epos” is niet van mijn hand maar geschreven door iemand die geïnspireerd werd door de wandelpoëzie waar ik af en toe mijn dagverslagen mee aanvulde.
Na mijn terugkeer in Nederland heb ik besloten het blog in stand te houden ten behoeve van wandelaars die deze tocht, of een deel ervan, ook willen maken. Voor hen heb ik het volgende toegevoegd:
- Een aantal tips met behulp waarvan anderen misschien kunnen profiteren van mijn ervaring (en fouten kunnen vermijden die ik gemaakt heb);
- een overzicht van hotels, pensions, Gästezimmer enz. met toelichting: “Eten en slapen”
- een gedetailleerde route (door middel van Google maps: de route naar Italië en de route in Italië).
De weergave van de route is nog steeds heel globaal; het ligt in de bedoeling om die binnen afzienbare tijd te concretiseren tot op “pad-niveau” maar dat is veel werk, hoe leuk ik het ook vind om in Google Maps in te zoomen op de plekken waar ik mijn voetstappen gezet heb.
Tevens werk ik aan een boek over deze voetreis. Het zal in de herfst van 2008 afgerond zijn en in eigen beheer uitgebracht worden; geïnteresseerden kunnen mij een berichtje sturen, via dit blog of per e-mail naar jooszelf@hotmail.com
Ik wil iedereen die vragen heeft of opmerkingen wil maken (verbeteringen, aanvullingen enz.) uitnodigen om hier comments te plaatsen.
Via degli Dei – update april/mei 2008
Van 26 april tot 2 mei 2008 heb ik de Via degli Dei voor de tweede keer gelopen, deze keer met Rienke. Wat me voor toekomstige lopers handig lijkt om te weten, zet ik bij elkaar in het volgende overzicht. Ik hanteer de indeling in etappes die ik het meest voor de hand vind liggen; dat zijn er zes (sommige boekjes hebben het over vier etappes maar dan moet je wel érg lange dagen maken). De etappe van Bologna naar Sasso Marconi reken ik niet mee; die heb ik niet gelopen en hij wordt ook maar in één boekje (Outdoor Handbuch 92 van Conrad Stein Verlag) beschreven.
Wat de boekjes betreft: de meest uitgebreide routebeschrijvingen staan in dat Duitse boekje maar ik heb zelf ervaren dat je door al die beschreven details juist eerder een vergissing maakt. Bovendien is er geen voldoende recente versie van dat boekje. In het Italiaanse boekje La Via degli Dei a piedi e in bici (van Tamari Montagna Edizioni, www.tamari.it, september 2007) staan summiere beschrijvingen maar achterin goede overdrukken van topokaarten (1:50.000, dat wel) met de route en de varianten erop ingetekend. Ook actuele telefoonnummers van hotels e.d.! De versie uit 2004 van dat boekje is dunner en heeft een geheel getekende kaart als bijlage; daar heb ik me in 2007 nog goed mee kunnen redden maar intussen is er al weer een en ander veranderd.
1: SASSO MARCONI – MONZUNO
Algemeen: een lange etappe met drie mooie bergen (Monte Marco, Rocca di Badolo en Monte Adone) die nogal wat tijd vergen en tenslotte aan het eind van de dag een kilometer of zes over een vervelende verkeersweg. Om voor 18.00 uur in Monzuno te zijn moet je vroeg op pad gaan. Lukt dat niet zo dan zijn er verkortingen mogelijk. De Rocca di Badolo kan makkelijk omzeild worden door op de Monte Mario het mountainbikepad nr. 122 te nemen; als je voor tien uur ‘s morgens niet over de Monte Mario bent, is deze verkorting aan te bevelen anders ben je wel erg laat in Monzuno. De Monte Adone kan in geval van nood ook overgeslagen worden maar dat is dan wel heel jammer want die top is uniek, een absolute MUST WALK eigenlijk.
Routedetails: Bij het verlaten van Sasso is het even zoeken: na de hoge brug over de Reno moet je linksaf door een poort waar op staat dat dat niet mag. Je moet er toch door om op het bruggetje over de autoweg te komen. Daarna begint een steile klim waarbij je je vaak omhoog moet trekken aan het gaas van de afrastering, zeker als de bodem nat is, anders glij je gewoon weer terug naar je vorige stap. Over de kam lopen veel paden; een kaart waar ze allemaal op staan (tot en met Brento) is te krijgen bij het Tourist Office van Sasso (“Info Sasso”). Van Brento (direct na de Monte Adone) naar Monzuno is het nog zo’n tweeënhalf uur lopen, grotendeels over asfalt. De weg is eerst rustig maar wordt halverwege veel drukker. De route verlaat die weg wel een paar keer voor een pad maar komt telkens al snel weer terug op het asfalt. Lastig lopen, vooral als je intussen moe bent en het al laat op de dag is (vorig jaar liep ik hier in het donker, deze keer gelukkig niet). In Monzuno is één hotel met restaurant, de Albergo Montevenere (tel. 0516770548); goed en niet duur, heerlijk na zo’n dag.
2: MONZUNO – MADONNA DEI FORNELLI
Mooi, makkelijk en kort; goed gemarkeerd ook. Als je Monzuno uit loopt, draai je bij het sportveld in ZW richting de Monte Venere op. Op de beboste hellingen hoef je maar naar de dikke zendmast in de verte te blijven lopen, die geregeld te zien is. Het pad heeft nummer 19; de tweede helft van de etappe is het een verharde weg (maar nauwelijks asfalt) over een kam. Mooie uitzichten. In Madonna dei Fornelli kan ik hotel Musolesi aanbevelen (tel. 0534-94156). Als het restaurant van dat hotel dicht is, kun je ook heel goed eten in de pizzeria tegenover (meer dan pizza!) Er zou in MdF ook nog een B&B moeten zijn, Romani geheten, tel 0534-94113; daar weet ik verder niets van.
3: MADONNA DEI FORNELLI – TRAVERSA OF MONTE DI FO
Algemeen: Mooie en redelijk probleemloze etappe maar als je doorloopt tot Monte di Fo is het wel een behoorlijk lange. Bovendien moet je in dat geval de volgende dag eerst weer terug naar de Passo della Futa (halverwege Traversa en Monte di Fo); dat kan ook liftend of met de bus, over de SS65. Overnachten en vooral ook eten in de Albergo Il Sergente (Monte di Fo; tel. 055-8423053) beveel ik wel meer aan dan in Traversa! In Traversa heb je alleen Albergo Berti (ook wel Hotel Jolanda geheten); de prijs-kwaliteitverhouding daarvan is niet geweldig. Tel. 055-815265; in de boekjes staat soms een verkeerd nummer, er blijkt elders ook een Albergo Jolanda te zijn. Op de Futa-pas staat ook een Albergo (van de oud-wielrenner Vittorio Poletti) maar dat is geen hotel.
Routedetails: De etappe begint met een langgerekte klim naar de Pian di Balestra; dat hele pad is prachtig. Tussen de Pian di Balestra en Monte Bastione zit vervolgens een stuk asfalt (er staan daar wat villa’s) maar dat duurt niet lang. Dan wordt het eenzamer en landschappelijk nog mooier. Er zijn veel markeringen, soms gewoon téveel; CAI nr. 19 en het blauw-wit van de Via Flaminia zijn de tekens die je volgen moet. De twee gele stippen van de Via degli dei geven bij de Poggiaccio een omweg naar het westen aan, die kun je beter niet nemen want dieper het bos in verdwijnen de markeringen, ik ben er vorig jaar verdwaald.
Als je in Traversa overnacht, kun je al op de Poggio Castellucio een pad naar het W/ZW nemen (buigt naar Z/ZW) om snel in Traversa te komen. Blauw-wit blijven volgen kan ook maar dat pad voert even voor de SS65 door een stuk waar het bos gekapt is; daar doorheen lopen is lastig en aan de andere kant het pad terugvinden ook. Bovendien wordt het pad nog een keer onderbroken door een weg in aanleg, waarbij het opnieuw niet duidelijk is waar het aan de overkant verder loopt. Als je door wil lopen naar Monte di Fo (Albergo Il Sergente) is het vanaf de Poggio Castellucio nog wel een heel eind maar tot de Passo della Futa is het pad makkelijk te volgen. Na de Futa kun je over de verkeersweg (SS65) naar Monte di Fo of met een omweg door het bos.
4: TRAVERSA OF MONTE DI FO – SANT’ AGATA OF SAN PIERO A SIEVE
Algemeen: De boekjes en beschrijvingen van de Via degli Dei beschrijven deze etappe verschillend. Sommige maken van Traversa – Monte di Fo een aparte etappe maar dan moet je evengoed terug naar de Futa-pas om aan de klim naar de Monte Gazzaro te kunnen beginnen. Omdat de eerste helft van de etappe vrij lang kan duren, zeker bij slecht weer, is stoppen in Sant’ Agata aantrekkelijk maar daar is alleen een (prachtig) B&B dat je vooraf moet reserveren. Doorlopen naar San Piero duurt anderhalf tot twee uur; de weg is gemakkelijk, dat is zelfs te doen als je heel moe bent, maar overnachten in Sant’ Agata is zeer aan te bevelen!
Routedetails: Als je van Traversa naar de Passo della Futa loopt blijkt het pad niet goed gemarkeerd; even ten zuiden van Traversa verlaat je de SS65 bij de blauwwitte strepen van de Via Flaminia maar die markeringen worden al snel onderbroken door de weg in aanleg en de kaalslag die bij de vorige etappe al besproken zijn. Bij de kaalslag vond ik de Via degli Dei pas terug na een stuk in Z-O richting op het kompas door het bos.
Als je op de Futa eenmaal de SS65 achter je laat voor de klim naar de Monte Gazzaro (markering: GEA), begint zonder twijfel het mooiste stuk van de Via degli Dei. De klim naar de Monte Gazzaro is goed te doen; die top ligt slechts 225 meter hoger dan de Passo della Futa. Let op: vlak voor de top is er een splitsing, links gaat het naar de top met het kruis (en het niet te missen boek, het Libro di Vetta!); het rechterpad heeft de aanduiding “DIFF E”. E betekent “escursionistico” en dat is de makkelijker afdaling! Als je na de top het andere pad blijft volgen, word je verrast door een vrij pittige (wel mooie) afdaling die bij nat weer erg voorzichtig genomen moet worden! Als je die afdaling eenmaal gehad hebt, wordt het pad gemakkelijk en schiet het goed op, grotendeels dalend.
Overnachten in Sant’ Agata betekent dat je vooraf het B&B gereserveerd moet hebben: Villa Sorripa, tel. 055-8406785. Een eeuwenoude villa met een erg mooie tuin, heel rustig gelegen. Signora Vannini kookt voor je als je dat wil, ook vooraf afspreken. De ambiance is zeer de moeite waard. Als je doorloopt naar San Piero a Sieve zijn er meer overnachtingsmogelijkheden: Albergo La Felicina (tel. 055-8498181), waar je niet kunt eten maar dat geeft niets want er is veel horeca in San Piero; verder B&B La Pieve (tel. 055-8487182), aanbevolen, ligt midden in het stadje tegenover de kerk en toch rustig, het gastenverblijf bevindt zich aan de achterkant; goede voorzieningen, alles is nieuw en toch heel prettig. Er is ook nog het hotel Ebe (tel. 055-8406750) maar dat is duurder en ligt aan een drukke weg.
5: SANT’ AGATA OF SAN PIERO A SIEVE - BIVIGLIANO OF OLMO
Algemeen: Weer een mooie etappe en wat makkelijker dan de vorige, zeker als je in San Piero begint. Wij hebben overigens van Sant’ Agata – San Piero een aparte etappe gemaakt; dat betekent dat je in San Piero een soort rustdag hebt omdat je daar al vroeg kunt zijn. Als einddoel van de dag zijn er diverse mogelijkheden. Het klooster van Monte Senario ligt erg mooi maar heeft voor pelgrims/wandelaars geen voorzieningen; wij konden er niet eens koffie krijgen, dat was wel een uitzondering, begrepen we. Verder kun je de berg af naar Bivigliano; daar is van alles maar het moet vooraf gereserveerd worden, dit is al toeristengebied (tien kilometer van Fiesole!). De Albergo Gli Scoiattoli, die nog in sommige boekjes genoemd wordt, is al een tijdje gesloten!! Er groeien struiken voor de voordeur. Jammer, was mooi gelegen. Albergo Ristorante La Bruna ligt aan het begin van het dorp Bivigliano als je van Monte Senario komt; niet duur maar niet altijd geopend, moet in elk geval gereserveerd worden, tel. 055-406613. Dan heb je het B&B Cortevecchia; ook vooraf reserveren, tel. 055-406743 (ik geloof dat dit het B&B is waar ik vorig jaar tevergeefs aangeklopt heb en waar een gevaarlijke hond die niet naar zijn baas luisterde elk gesprek onmogelijk maakte). Voor wie niet zo op de centen hoeft te letten, is er ook nog Hotel Giotto (tel. 055-406608). Een paar kilometer ten zuiden van Bivigliano moet ook een camping liggen; tel. 055-406725, ik weet niet welke maanden die geopend is. Tenslotte: hotel Il Dino in Olmo. Prachtig uitzicht richting Fiesole/Firenze, kamers duurder dan in de hotels tot nu toe, restaurant goed en niet duur; tel. 055-548932. Rondom Olmo is er overigens nog wel meer aan toeristenhotelletjes maar die ken ik niet.
Routedetails: Bij het vertrek ‘s morgens vanuit San Piero a Sieve kun je kiezen uit twee routes. De eerste is de oude route die nog op veel Via degli Dei-kaartjes staat, door het bos stijgend van 210 naar 542 meter, heel mooi. De tweede maakt een omweg over het westen; deze route is nieuw, ik ken hem niet. Het is in elk geval ook de mountainbikeroute en die zal dus wel goed gemarkeerd zijn. Het probleem met de eerste route is nl. dat er geen markeringen (meer) zijn! Niettemin is hij heel goed te lopen met kaart en kompas (van deze toeristenstreek zijn weer volop wandelkaarten te krijgen). In het bos moet je na een tijd het pad blijven volgen waar aan de linkerkant voortdurend borden staan met “Azienda Faunistico Valdastra”. Als het pad met die borden naar het oosten buigt, moet je rechts het hoofdpad in zuidelijke richting blijven volgen. Uiteindelijk duiken er weer markeringen op: de twee gele stippen van de Via degli Dei en de aanduiding BO/FI, dat is de mountainbikeroute.
Dan ben je al snel bij de mooie abdijruïne Badia Buonsolazzo. Het was al een tijdje klimmen en dat blijft zo tot Monte Senario, maar nergens steil. Markeringen blijven nu prima. Als je doorloopt naar Olmo moet je vanaf het klooster van Monte Senario een kilometer pal naar het zuiden over asfalt (er is wel een gemarkeerd pad dat ten oosten hiervan loopt maar daarmee vermijd je alleen een klein stukje asfalt en loop je bovendien het risico af te dwalen naar het oosten); na die kilometer kun je linksaf richting Vetta Le Croci, over een prachtig pad met schitterende vergezichten, onder andere richting Fiesole.
6: BIVIGLIANO OF OLMO - FIESOLE
Vanaf Vetta Le Croci eerst recht naar het zuiden en dan zuidwest; tot de Poggio Il Pratone over mooie bospaden en nog redelijk klimmend, tot 700 meter. De uitzichten blijven verrukkelijk. De markeringen zijn weer overvloedig. Op de Pratone recht naar het zuiden blijven lopen, het communicatiegebouwtje aan de rechterkant passeren. Na de afdaling kom je op asfalt en daar blijf je op tot in Fiesole; wel is er bij Gargiolli de mogelijkheid om die weg te verlaten en recht naar het zuiden te lopen richting Poggio Al Vento / Settignano, je komt dan vlakbij Firenze uit, in de noordoosthoek van de stad! Dat is echter nog wel anderhalf tot twee uur lopen en het is natuurlijk de vraag of je in die overvolle toeristenstad aan wil komen of lekker in het rustige Fiesole, vanwaar bus 7 je een paar keer per uur in twintig minuten tot midden in Firenze brengt (en ook snel weer terug als het je teveel wordt)… nou, ik weet het wel!
(7) Voor wie ook Fiesole – Firenze nog lopen wil: in het Duitse boekje van Conrad Stein Verlag staat die route beschreven. Je volgt dan nog een paar uur het CAI-pad nr. 1 (uitzichten…) en loopt de stad binnen over de Viale Augusto Righi die verderop Viale Alessandro Volta heet. Vorig jaar heb ik Fiesole – Firenze gelopen over een heel korte weg met evengoed mooi uitzicht… maar wel alles asfalt, je verlaat Fiesole dan vanaf de Piazza Mino over de Via Vecchia Fiesolana in zuidwestelijke richting. Dalend langs mooie villa’s waar je wel zou willen wonen als iemand het voor je zou willen betalen, kom je dan bij het klooster van San Domenico weer op de grote weg. Daar kun je langs blijven lopen of alsnog de bus pakken (vooraf kaartje kopen bij een Tabacchi) want die komt daar ook langs.
Via degli Dei revisited
Vier maanden geleden liep ik Rome binnen en beëindigde daarmee mijn voettocht van 112 dagen en 2200 kilometer. Ik denk er nog elke dag aan. Toen ik onderweg was, verdwenen de opeenvolgende episoden snel weer uit mijn gedachten omdat ik heel intens in het hier en nu zat; maar intussen heb ik gemerkt dat alles goed opgeslagen is in mijn geheugen. Voortdurend schieten me momenten en plaatsen te binnen en wat het bijzondere is: nu bijna altijd met de bijbehorende emoties. Emoties die ik ter plekke meestal niet eens herkende, waarvan ik zelfs dacht dat ik ze niet had - maar die nu tegelijk met de “feitelijke” herinneringen terugkomen en dan vaak, met terugwerkende kracht, de ervaringen als het ware inbedden in een groter belevingsgeheel. Kortom: de voettocht heeft een “nawerking” die ik me tevoren niet eens heb kunnen voorstellen.
Over een paar weken keer ik terug naar een deel van de tocht: het traject van Bologna naar Florence, beter bekend als de Via degli Dei. Ik ga die lopen samen met mijn levensgezellin Rienke. Eind oktober vorig jaar, gedurende de week dat zij met mij mee kwam lopen, zou dit ook onze weg geweest zijn. Dat is toen niet gelukt. Ik sukkelde al een tijdje met mijn knie en was op de dag dat zij kwam nog pas in Modena. We hebben daarna nog twee dagen samen kunnen lopen: van Modena tot een (fantastische) bio-agriturismo bij Fagnano, westelijk van Bologna. Intussen was de pijn in mijn knie vrij alarmerend geworden. Drie dagen rust met ijs op de knie en Ibuprofen om de ontsteking te remmen, maakten het me vervolgens mogelijk om weer voorzichtig door te gaan maar toen hebben we nog maar één dag samen kunnen lopen: het eerste stuk van de tweede etappe van de Via degli Dei, van Sasso Marconi tot Badolo.
Gedurende de week daarna ben ik (weer alleen) over de Via degli Dei naar Florence gelopen. Daarbij heb ik echter verschillende zware (en mooie) gedeelten door de bergen moeten vervangen door makkelijker trajecten “onder langs” omdat ik mijn knie nog niet zwaar durfde te belasten. Nu gaan we alsnog de Via degli Dei samen lopen: van 26 april tot 5 mei. In tegenstelling tot vorige keer heb ik nu alle overnachtingen vooraf gereserveerd; het zal eind april – begin mei zeker drukker zijn dan het eind oktober was en bij enkele zware etappes is er maar één overnachtingsmogelijkheid. We verblijven deels in hotels waar ik goede herinneringen aan heb: Albergo Montevenere in Monzuno, Hotel Musolesi in Madonna dei Fornelli, Jolanda in Traversa. En in de veelgeprezen B&B Villa Sorripa in Sant’Agata Mugello, die in oktober al gesloten was zodat ik door moest lopen naar San Piero a Sieve. Helaas had een van mijn favorieten, Albergo Il Sergente op de Monte di Fo, al geen kamer meer vrij.
De Via degli Dei is in de route van veel Romelopers opgenomen. Ik zal daarom proberen om bijzonderheden, vooral de slecht bewegwijzerde stukken en de riskante paadjes, te inventariseren ten behoeve van hen die hier de komende tijd zullen lopen.
Het is gelukt!
Ik ben naar Rome gelopen, niet in de 100 dagen die ik (zonder dat iemand te vertellen) daarvoor uitgetrokken had maar in 112 dagen. Gezien alle problemen die zich na zo’n 1200 kilometer voordeden ben ik ontzettend blij dat ik het toch gehaald heb. Iedereen die mij gesteund heeft en dit weblog gevolgd heeft (met of zonder reacties): bedankt allemaal, het heeft me echt geweldig geholpen en deze eenzame tocht toch wat minder eenzaam gemaakt!
112e dag
De dag begint met regen maar in de loop van de ochtend klaart het op. Ik heb voor mijn kleine triomftocht geen speciale route gekozen en er zijn ook geen straten afgezet; tussen de toeristen die er altijd zijn in Rome loopt er een die al 112 dagen onderweg is maar dat weet niemand. Ik loop langs de Engelenburcht, over de Ponte Sant’ Angelo, volg de Corso Vittorio Emanuele tot de Piazza Venezia. Daar loop ik naar het Theater van Marcellus en vervolgens om het Capitool heen naar het Forum. Dat is het einddoel van deze heidense pelgrimstocht: het Vaticaan heb ik rechts laten liggen (en de dwangburcht van de Vaticaanse despoten links).

Ik blijf niet lang op het Forum; later deze week zal ik alles nog wel weer eens op mijn gemak bekijken. Door noord-Trastevere en langs de Tiber ga ik terug naar “mijn” buurt. Bij toeval vind ik een goedkoper en beter onderkomen voor de komende week: een B&B. Ik eet lekker voor zes euro bij een Egyptenaar waar op dat moment ook de ene na de andere Afrikaanse tassenverkoper komt eten, het is een soort trefpunt voor hen.
In de loop van de middag komt wel degelijk langzaam het gevoel. Het is raar; van die vlagen, een soort ontroering soms.
Ik ben van Maastricht naar Rome gelopen. Nu loop ik rond in Rome. Ik heb twee dikke dagboeken met notities van al die 112 dagen, veel meer dan op dit weblog terechtgekomen is. En zo’n twaalfhonderd foto’s.
Heeft de reis me ook “spiritueel” gebracht wat ik hoopte dat hij zou brengen? Dat moet blijken. Ik heb erg veel na kunnen denken, meer dan me lief was soms. Het klinkt misschien wat theatraal maar toch: ik geloof dat ik niet meer precies dezelfde ben als toen ik vertrok. Ik heb altijd de neiging zo’n gedachte dan meteen te gaan relativeren, zo van: niemand is vandaag dezelfde persoon als gisteren, of: en wat denk je dan zelf dat er gebeurd is, huh? Denk je soms dat je “gegroeid” bent? Maar toch! Om maar eens een echt cliche te gebruiken: het heeft werkelijk iets met me gedaan. Ik ben benieuwd wat precies.
