Omdat volgens het meisje van Tourist office de Etruskische graftombes pas om 12 uur open gaan, heb ik geen haast. Beetje internetten, stad bekijken. Om twintig over twaalf loop ik nog even langs bij het Tourist Office: kan ik erheen lopen of moet ik een bus nemen? En dan blijkt dat de necropool al de hele ochtend open is; kaartverkoop sluit om kwart voor een, het hele complex om twee uur! Ik ben verbijsterd. Heb ik het soms verkeerd begrepen? Nee, ik zie dat het meisje al bestraffend toegesproken wordt. Ik ren de deur uit. Om twintig voor een sta ik voor de biglietteria. Vijf kwartier, dat moet kunnen.
De plek zelf is prachtig: heel mooi uitzicht naar het noorden en noordoosten. Boven elke tombe is een huisje gebouwd dat alleen bestaat uit een kleine hal waar de trap naar beneden begint; die eindigt bij een dikke glasplaat. Daar doorheen kijk je de tombe in. Je ziet dus alleen maar drie wanden (links en rechts dan nog maar gedeeltelijk); bij een dubbele grafkamer zoals de Caccia e Pescia vang je van de tweede (in dit geval de mooiste) maar een glimp op. Verder is een aantal belangrijke tomben gesloten, tijdelijk of permanent.
Wat ik wel zie, is natuurlijk weergaloos. Zo zie je het volgens mij nergens anders. Het valt me echter op hoe beschadigd ook hier alles is. Ik vraag me af hoe lang de boel gewoon open geweest is.
In de Tomba della Fustigazione kun je duidelijk zien dat de erotische scene moedwillig beschadigd is en dat “cruciale delen” onder zwarte vlekken verborgen zitten; heeft iemand geprobeerd die weg te poetsen of kon een tijdlang iedereen hier gewoon met zijn fikken aan zitten en is dit het resultaat? Ik lees bij een ander graf dat het in 1962 nog geplunderd is! Hoe lang is het complex gewoon vreselijk slecht beheerd?
Om twee uur sta ik weer op straat, diep onder de indruk. De bus komt langs en ik mag weer mee; naar Monte Romano, waar ik gisteren niet kon komen omdat ik de rivier niet over kwam. Deze chauffeur rijdt alsof de duivel hem op de hielen zit, hij sleurt de bus door de bochten. Tien minuten later ben ik al in Monte Romano. Nu zou ik door het bos naar de oever van de Traponzo moeten lopen – en dan weer terug hierheen. Maar dat schenk ik mezelf, ik heb gisteren meer dan genoeg kilometers extra gelopen. Het is viftien km naar Blera, dat is nog wel te halen voor donker.
Na een paar km merk ik pas hoeveel honger ik heb. Nergens aan gedacht natuurlijk. Ik heb nog toastjes en een kuipje jam, meegenomen uit Pitigliano. De brokjes toast (dat zijn het intussen) doop ik in de jam en eet ik zo langzaam mogelijk op. Over een rustige verkeersweg en door een mooi landschap loop ik naar het oosten tot het donker wordt. Dan ben ik op de kruising waar ik naar het zuiden wil, naar Civitella Cesi. Maar eerst slapen en eten: in Blera. Liften dus. Er stopt een driewieler met brandhout; ik wil al bij mijn rugzak in de bak kruipen maar de man gebaart dat ik er best bij kan voorin. Zo zitten we samen achter het stuur, want in die dingen is maar een zitplaats. In Blera vind ik snel onderdak in de bar-ristorante-pizzeria-camere La Torretta.















